top of page

Een zuiders onderonsje in een finale achter gesloten deuren

Bijgewerkt op: 21 aug 2020

De coronapandemie zorgde dit jaar voor een ietwat uitgedunde versie van de Europa League. Vanaf de kwartfinale werden alle wedstrijden op neutraal terrein gespeeld in plaats van over een thuis- en uitwedstrijd. Bijna twee maanden later dan aanvankelijk gepland, kruisen Sevilla en Internazionale de degens in een leeg RheinEnergie Stadion in Keulen. Als Inter wint dan evenaren ze Sevilla’s vijf Europa League trofeeën en worden ze de meest succesvolle Italiaanse club in de tweede Europese competitie. Wint Sevilla, dan zetten ze hun eigen record van eindoverwinningen in deze competitie wat extra kracht bij met zes stuks. Lukaku neemt het met Inter in zijn eerste Europese finale op tegen de ijzersterke verdediging van Sevilla.


Sevilla

Sevilla is heer en meester in de Europa League. Tot voor de finale van dit jaar behaalde Sevilla maar liefst vijf finales, waarvan het er geen enkele verloor. In 2006 en 2007 werden Middlesbrough en Espanyol verslagen. Tussen 2014 en 2016 kroonde Sevilla zich drie keer op rij tot eindwinnaar door te winnen van respectievelijk SL Benfica, Dnipro Dnipropetrovsk en Liverpool. Als recordkampioen in de UEFA Europa League (en de vroegere UEFA Cup) zal Sevilla erop gebrand zijn om een zesde Europese trofee aan haar prijzenkast toe te voegen.

Onder Julen Lopetegi kende Sevilla een erg goed seizoen. Met 70 punten eindigde het met even veel punten als Atletico Madrid op de vierde plaats in La Liga. Een voorsprong van tien punten op eerste achtervolger Villareal, toont aan dat Sevilla dit seizoen tot de Spaanse elite behoorde. Vooral defensief legt Sevilla heel knappe cijfers voor. In 38 competitiewedstrijden kreeg het slechts 34 doelpunten tegen. In Spanje doen enkel Real en Atletico Madrid beter. Na de corona-onderbreking incasseerden Lopetegi en de zijnen maar vijf doelpunten in elf wedstrijden. In hun Europa League-campagne slaagden de Spanjaarden er zelfs in om in zes wedstrijden de nul te houden.


De weg naar de finale

Tijdens de groepsfase had Sevilla geen kind aan haar tegenstanders uit Cyprus, Azerbeidzjan en Luxemburg. In de volgende ronde stonden de Spanjaarden tegenover CFR Cluj. Sevilla had aan een 1-1 gelijkspel in Roemenië en een scoreloos gelijkspel in Andalusië genoeg om door te stoten naar de achtste finale. Daar wachtte met AS Roma de eerste tegenstander van formaat. De coronapandemie zorgde ervoor dat deze wedstrijd niet in het door COVID-19 zwaar getroffen Spanje en Italië moest gespeeld worden. In Keulen legden Sergio Reguilón en Youssef En-Nesyri de 2-0 eindstand nog voor de rust vast. Bij de laatste acht zette Sevilla Wolverhampton, een van de hoogvliegers van de Premier League, met 0-1 opzij. Als laatste horde voor de finale moest Sevilla voorbij Manchester United, een van de topfavorieten voor de eindwinst. Nadat Bruno Fernandes Man. United vanop de stip op voorsprong trapte, zette Sevilla de scheve situatie recht. Na de gelijkmaker van Suso schoot Luuk De Jong de 2-1 van dichtbij voorbij David De Gea. Na de gewonnen finale in 2016 in Basel tegen Liverpool staan Los Palanganas opnieuw in de Europa League-finale.


Internazionale

In Inters eerste seizoen onder Antonio Conte werd het meteen vice-kampioen. Ondanks dat Juventus de titel al drie speeldagen voor het einde wist veilig te stellen, eindigde Inter maar op 1 punt van de Oude Dame. In de Coppa Italia ging Inter er in de halve finale uit tegen de uiteindelijke winnaar Napoli. De Nerazzurri eindigen hun geslaagde seizoen met de vijfde Europa League finale in hun geschiedenis. Italiaanse voetbalclubs waren tijdens de jaren negentig heer en meester in de UEFA Cup (de voorloper van de Europa League). Tussen 1989 en 1999 werd de UEFA Cup acht keer door een Italiaanse club gewonnen. Internazionale won er drie en moet daarmee enkel Sevilla voor zich dulden als meest succesvolle club in de UEFA Cup/Europa League. Na die jarenlange Italiaanse dominantie haalde geen enkele Serie A club nog de finale van de tweede Europese beker. Het is ook alweer 10 jaar geleden dat een Italiaanse club nog een Europese prijs pakte. Inter won toen de Champions League in de finale tegen Bayern München. Klaren Lukaku en co de klus tegen Sevilla?


De weg naar de finale

Inter begon haar Europese avontuur dit seizoen in de Champions League waar ze met FC Barcelona, Borussia Dortmund en Slavia Praag in een loodzware groep zaten. De Nerazzurri eindigde er derde en trad na de winterstop aan in de Europa League. Daar was het Bulgaarse Ludogorets de eerste tegenstander. Met een 0-2 overwinning in Bulgarije en een 2-1 thuisoverwinning verzekerde Inter zich van een plaats in de achtste finale. Daar speelde het, net als Sevilla, vanwege de coronapandemie een wedstrijd op neutraal terrein. In Gelsenkirchen hadden Lukaku en co niet al te veel moeite met Getafe, het werd 2-0. In de kwartfinale moest Bayer Leverkusen eraan geloven. Na 21 minuten stond het al 2-0 voor Inter na doelpunten van Barella en Lukaku. Vier minuten later scoorde Kai Havertz nog de aansluitingstreffer, maar dat was niet voldoende om Inter af te stoppen. Inter kwam in de halve finale uit tegen Shakhtar Donetsk. Voor de wedstrijd tegen Inter hadden de Oekraïners (en natuurlijk Brazilianen) al 15 opeenvolgende wedstrijden niet meer verloren. Shakhtar was landskampioen geworden met een straatlengte van maar liefst 23 punten voorsprong op hun eerste achtervolger Dynamo Kiev en een doelpuntensaldo van +54. Op weg naar de halve finale werden SL Benfica, VfL Wolfsburg en FC Basel uitgeschakeld zonder ook maar een wedstrijd te verliezen. Een tegenstander om mee rekening te houden, zo leek het voor Inter. De Nerazzurri maakten indruk door Shakhtar met een 5-0 forfait score verdwaasd achter te laten. Een erg sterke generale repetitie dus van Internazionale.


 
 
 

Opmerkingen


Post: Blog2_Post
  • Instagram
  • Facebook

©2020 OnSide voetbal

bottom of page